Blijf op de hoogte! Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Aning Mesugah

De familie van Aning Mesugah (41) is eigenaar van Ringgit Hills koffieplantage op Sumatra, Indonesië. Samen met haar broers  nam ze het plantagebedrijf onlangs over van hun overleden vader. Zelf drinkt Aning het liefst cappuccino met een basis van zeer sterke koffie.

“Ik kom uit een familie van koffieboeren. Koffie zit in ons DNA. De overgrootvaders van mijn grootvader is de plantage met een paar hectare begonnen in 1895. Tegenwoordig is de plantage zo groot dat de helft is verpacht aan koffieboeren. Toen ik nog op school zat, nam mijn vader me mee om te wandelen over het terrein. Hij vertelde me alles over koffiestruiken en de andere plantensoorten die er groeiden, zoals kaneelbomen, papaja, bananenplanten, peperplanten, jackfruit en avocadobomen. ‘Het is goed voor de grond om niet alleen koffie te planten’, zei hij altijd. ‘En het is slim om voor je inkomsten niet alleen op koffie te wedden.’ Hij wilde dat zijn kinderen naar school gingen en niet hun leven in het teken van de koffie zouden stellen. Ik heb mijn marketingdiploma gehaald en in verschillende bedrijven gewerkt, ver weg van de plantage.

De laatste jaren van zijn leven begon mijn vader zijn kinderen toch beetje bij beetje zijn kennis en ervaringen bij te brengen. Alsof hij voelde dat we het ooit nodig zouden hebben. Oktober 2017 is hij overleden, hij was pas 65 jaar. Samen met mijn broers heb ik de plantage overgenomen om het familiebedrijf voort te zetten. Mijn broer Mawi (38) heeft de dagelijkse leiding. Hij begeleidt ook onze 100 Ringgit Hills koffieboeren. De 200 hectare grote plantage telt rond de 500.000 koffiestruiken en levert Robusta-koffie. We willen graag een betere kwaliteit koffie leveren. Er moet veel worden gemoderniseerd op de plantage om te voldoen aan internationale standaarden en in aanmerking te komen voor certificering. Nu papa er niet meer is, ben ik als oudste van het gezin, met de hulp van mijn familie, verantwoordelijk voor het onderhoud en de verdere ontwikkeling van de plantage. Tja, dat is niet makkelijk. Maar ik beschouw het als een spannende uitdaging.

Ik voel me vaak verdrietig als ik met de boeren praat. Ze krijgen iets meer dan een euro voor een kilo koffie en proberen de tijd tussen de twee oogsten per jaar te overbruggen met leningen van de rentenier. Die komen langs in de dorpen en bieden geld aan, maar dat moeten de boeren later terugbetalen in tweevoud of zelfs drievoud. De opbrengst van hun koffie gaat in rook op. Dan hebben ze geen geld meer om levenskosten te betalen, of hun vervoer. Sommige boeren raken zelfs hun huis kwijt. Dan maak ik me veel zorgen over hun toekomst.

Ironisch genoeg zitten we op een goudmijn, want tijdens het koffieseizoen lopen er ’s nachts ‘luwaks’ (civetkatten) rond op de plantage. Dat zijn inheemse dieren op Sumatra. ´s Ochtends zeggen we dan: ‘Kom, we gaan op luwak-jacht’. We nemen een mandje mee en rapen de uitwerpselen op. Die zitten vol koffiebonen. De luwaks zijn dol op koffiebessen, ze kiezen de bessen uit met de beste smaak. In hun maag is de koffieboon het gistingsproces voorbij. Luwak koffie is een van de beste koffies ter wereld. Voor de beroemde ‘kopi luwak’ die daarvan wordt gebrouwen, betaal je in Europa soms wel honderden euro’s per kilo. We mengen de luwak koffiebonen met de gewone robustabonen. Het maakt namelijk niet uit welke kwaliteit bonen we verkopen, we krijgen een vaste prijs. We zijn afhankelijk van opkopers die onze kant op komen. Ik weet alleen dat onze koffie naar Lampung wordt vervoerd en daar het etiket ‘Kopi Lampung’ krijgt.

Soms bieden mensen aan om koffie te kopen om mij en de boeren met wat geld uit de brand te helpen, maar dat is niet wat ik wil. Ik wil dat boeren zich gewaardeerd voelen en trots zijn op hun harde werk en een product van hoge kwaliteit. Ze vragen niet om een verdubbeling van de prijs, maar om een paar centen per kilo extra om te investeren in hun toekomst. Met nieuwe technologie, met nieuwe kennis, met misschien wel nieuwe koffieplanten. Uiteindelijk willen ze een hogere kwaliteit koffie kunnen verbouwen, met minder chemische onkruidverdelgers. Dat is ook fijner voor de mensen in Nederland die deze koffie drinken. Ik vind overigens niet dat Nederlandse koffiedrinkers meer moeten betalen voor hun koffie. Jullie betalen al te veel als je kijkt wat de koffieboer eraan overhoudt. De keten moet eerlijker verdeeld worden. Dat kan alleen als de koffieconsument meer inzicht krijgt in hoe een kop koffie tot stand komt. We hebben een lange weg te gaan met veel hard werken, maar ik ben optimistisch. Ik ga er alles aan doen om de verbetering en ontwikkeling die onze koffieboeren nodig hebben tot stand te brengen. En te bewijzen: je kan wel leven van koffie, want koffie is het zwarte goud van de wereld.”