Blijf op de hoogte! Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Zo zit de koffiewereld in elkaar

De wereld van de koffie heeft iets weg van een zandloper. Of zo’n sjieke Chemex slow coffee koffiemaker, zo je wil. Bovenaan staan de miljoenen koffieboeren en duizenden werknemers die de koffiebonen verbouwen. Daaronder bevinden zich de grote koffiebranders en de handelaren: de bedrijven die in de branche de macht in handen hebben. Zes grote handelaren verhandelen 50 procent van alle groene koffie! Onderaan wordt het weer breed, daar staan ongeveer een miljard koffiedrinkers die zich met name in Europa en Noord-Amerika bevinden.

Zo’n 20 miljoen kleinschaligekoffieboeren over de hele wereld produceren 70 procent van alle koffie. De meeste koffie komt uit Brazilië (33 procent), Vietnam (16 procent), Colombia (8 procent), Indonesië (7 procent) en Ethiopië (5 procent). Ongeveer de helft van alle koffieboeren in de wereld zit in Afrika. In Brazilië zijn voornamelijk grotere plantages te vinden.

De miljoenen koffieboeren staan in schril contrast met het kleine aantal koffiebedrijven. Nestlé en Jacobs Douwe Egberts (JDE) zijn de grote jongens die de koffiewereld domineren. Onder Nestlé vallen bekende merken als Nespresso en Nescafé. Jacobs Douwe Egberts is bekend van bijvoorbeeld Kanis en Gunnink, Douwe Egberts en Senseo, die hier in Nederland ook de koffieschappen in de supermarkt domineren.

De negen grootste koffiebranders, waaronder Nestlé, Jacob Douwe Egberts, Smucher’s, Straus, Starbucks en Tchibo, verhandelen 40 procent van alle wereldwijd geconsumeerde koffie. Ook grote koffiehandelaren als Neumann Gruppe, Volcafé en ECOM nemen een dominante positie in: zij verhandelen de helft van alle (groene) koffie die nog gebrand moet worden. (Deze cijfers zijn gebaseerd op de coffee barometer 2014. Binnenkort verschijnt er een update.)

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers schreef het waargebeurde, meeslepende verhaal De Monnik van Mokka, over een jonge Jemenitisch-Amerikaan die zijn eigen droom najaagt in de koffiewereld. De jongeman verbaast zich over hoeveel mensen er aan te pas komen om de koffie te produceren: “Aan een willekeurige kop koffie konden dus, gerekend vanaf plantage, wel twintig mensenhanden te pas zijn gekomen. En toch kost zo’n kostte zo’n kop maar twee of drie dollar. Zelfs vier dollar was eigenlijk weinig als je naging hoeveel mensen erbij betrokken waren geweest en hoeveel menselijke aandacht en expertise er geïnvesteerd was in de bonen die de kop koffie van vier dollar hadden opgeleverd.” (Dave Eggers, De Monnik van Mokka, pagina 106)

Opvallend is dat een klein aantal grote koffiebedrijven de meeste koffie in handen heeft. Hierdoor hebben ze een enorm bevoorrechtte onderhandelingspositie ten opzichte van de miljoenen koffieboeren.