Blijf op de hoogte! Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Mercedes: “De koffieprijs moet verdrievoudigen”

Een jaarlijkse strandvakantie naar zee. Überhaupt vakantie vieren… Het is voor velen niet meer dan normaal. Voor de Colombiaanse boeren Mercedes en haar man Paulino zit het er niet in. Dag in dat uit zijn ze bezig met de koffie. Ook qua geld is een vakantie niet haalbaar. “Met de lage koffieprijzen van nu, kun je geen hoge levensstandaard hebben”, verklaart de koffieboerin.

Doña Mercedes (65) is bijna altijd aan het werk. “Om de vijftien dagen plukken we de rijpe rode koffiebessen. Als er geen oogst is, maak ik de finca schoon”, vertelt ze in een WhatsApp-telefoongesprek. Ze draagt een zalmroze poloshirt dat fel contrasteert met haar gebruinde gezicht en haar zwartgrijze haren. Met haar echtgenoot Paulino, grijs golvend kort haar en een hagelwit overhemd aan, woont ze in het dorpje La Union. Op hun vier hectares land staan behalve de Arabica-koffiestruiken ook mandarijnen- en bananenbomen. En groenten, die ze er verbouwen voor eigen gebruik. De bananen verkopen ze, net als de koffiebonen.

Doña Mercedes en haar man

Het zit in de familie
In de ruim opgezette, limegroene finca woont doña Mercedes met haar man, vijf kinderen en aanhang, zestien kleinkinderen, plus nog wat honden, katten en kippen. Haar inmiddels volwassen kinderen helpen allemaal mee in de koffie-business. De familie woont in de Nariño-streek in het zuiden van Colombia. Een groen en glooiend landschap aan de voet van de Andes, dat reikt tot aan de grens met Ecuador. Tegen de steile hellingen groeien hun Arabica-planten op meer dan 1.600 meter hoogte.

“Ik heb het vak geleerd van mijn ouders”, vertelt doña Mercedes over het koffie produceren. Nu leert ze bij via de coöperatie Asprounión, waar ze lid van is. Deze coöperatie van koffieboeren telt tweehonderd leden. De ondernemers delen hun kennis over de teelt en de bedrijfsvoering. Eenmaal verenigd staan ze bovendien vaak sterker, waardoor ze een betere onderhandelingspositie hebben.

Directe handel
Via de coöperatie verkoopt doña Mercedes haar handgeplukte, gedroogde koffiebonen, die van premium kwaliteit zijn. “Onze koffiebonen gaan naar Nederland, Oostenrijk en Australië”, weet ze. In Nederland koopt het koffiemerk Kinti Café de koffiebonen rechtstreeks in, dus zonder tussenhandelaren. Dat betekent dat er meer geld naar Mercedes en haar man kan gaan. In Nederland wordt deze koffie onder meer geschonken bij cateringbedrijf Vermaat en creatief bureau Rainbow Collection in Amsterdam.

De finca van Mercedes en haar familie

Directe handel heeft als doel dat er minder tussenhandel plaatsvindt, zodat er minder aan de strijkstok blijft hangen en er meer voor de boer overblijft. Toch moet de prijs van koffie omhoog, vindt doña Mercedes. Die ligt nu tamelijk laag op 1,70 euro per kilo. Ze kan maandelijks niks opzij zetten en is genoodzaakt geld te lenen om de business runnende te houden.

“We lenen geld bij de bank”, vertelt ze. “Daarmee betalen we de werknemers die ons helpen bij de oogst.” Daarvoor huurt ze soms dagloners in. Dankzij de lening kan doña Mercedes ook kunstmest kopen. “Zakken kunstmest zijn niet goedkoop”, verzucht ze. En dat terwijl ze vier keer per jaar de planten bemest. In de toekomst zal ze de bodem wellicht verrijken met organische mest, aangezien de coöperatie bezig is om een biologisch certificaat te verkrijgen. Kunstmest is voor biologische boeren een no-go. Maar aangezien het een project van lange adem is, gaat de bemesting voorlopig nog kunstmatig.

“Met de lage koffieprijzen van nu, kun je geen hoge levensstandaard hebben”, concludeert doña Mercedes. Haar man Paulino is het met haar eens. “De koffieprijs moet verdrievoudigen”, vult hij aan. “Dat is een eerlijke prijs om van te kunnen leven, sparen voor een pensioen of vakantie te houden.” Hij droomt van de zee, waar hij en doña Mercedes nog nooit zijn geweest. “Ik zou graag eens met vakantie gaan om nieuwe bestemmingen ontdekken”, vertelt hij, “en naar zee gaan.”

De foto’s in deze tekst zijn gemaakt door Mercedes en haar familie zelf.