Blijf op de hoogte! Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Archive for the ‘Geen categorie’ Category

Asnakech: feminist en koffieboer in één

Haar arabicakoffie Amara Gayo — gayo betekent waterval — heeft meerdere prijzen gewonnen en wordt gekenmerkt door hout- en chocolade-achtige aroma’s. Met een kwaliteitsscore van 93 behoort hij bij de beste koffies van de wereld. Dat is niet het enige dat deze koffie bijzonder maakt: de Ethiopische onderneemster Asnakech Thomas is de enige vrouw in Ethiopië die een koffieplantage bezit – in Ethiopië zijn het eigenlijk altijd de mannen die zich de eigenaar van grond mogen noemen. Hoewel het wettelijk is vastgelegd dat vrouwen wel grond in eigendom mogen hebben, komt dit in de praktijk zo goed als niet voor. Asnakech is een trotse uitzondering op de regel.

De koffieplantage van Asnakech ligt in het bergachtige Amaro-district, in het zuiden van Ethiopië. Wat in 2005 als een hobby begon, liep in de jaren die volgden door succes lichtelijk uit de hand: op dit moment zijn er 10.000 koffieboeren aan haar bedrijf verbonden. Naast de mensen die op haar plantage elke dag de planten verzorgen en de koffiebessen oogsten, zijn er bijvoorbeeld ook de “outgrowers”: kleinschalige boeren die op contractbasis hun groene koffiebonen aan Asnakech verkopen.

De koffiebonen worden op de plantage gewassen, gedroogd en zorgvuldig gesorteerd. Asnakech vertelt ons hoe belangrijk het is om nauwkeurig te werk te gaan: “Vanuit commercieel oogpunt is het essentieel dat alle boeren op dezelfde manier werken. De koffie moet altijd van dezelfde hoge kwaliteit zijn, en het is een nachtmerrie als je ‘nee’ moet verkopen aan klanten omdat je te weinig koffiebonen geoogst hebt. Dankzij trainingen en een officieel onderzoekscentrum waarborgen we de kwaliteit en kwantiteit van onze koffie.”

Dat ook de boeren van een hogere prijs meeprofiteren, is voor Asnakech niet meer dan vanzelfsprekend. “The farmers really have to be on top”, is haar motto. ”Als ik een dag niet naar de plaatselijke koffieveiling ga om koffiebonen in te slaan, staan de boeren ‘s avonds alsnog voor mijn deur omdat hun koffie bij andere opkopers simpelweg niet op waarde wordt geschat.” Volgens Asnakech betaalt zij de boeren ongeveer vier keer meer dan wat ze op de veiling ontvangen.

Asnakech legt uit dat het veel beter is om direct te handelen met (internationale) kopers: “Nog een nadeel van de veiling: daar worden de koffiebonen gemixt tot ‘blends’. Van kwaliteit en tracering blijft dan weinig over.” Internationale kopers die direct zaken met haar en de boeren wil doen, zijn daarom van harte welkom.

Op dit moment is Asnakesh druk bezig om logo’s van verschillende keurmerken op haar koffieverpakking te krijgen. “In Duitsland wordt het ons behoorlijk moeilijk gemaakt, maar met het keurmerk UTZ/Rainforest Alliance zijn we nu bijna rond.” Het mooie is: Amaro Gayo is ook nog eens biologisch, by nature! “De boeren verbouwen hun koffie al eeuwen zonder pesticiden, zonder probleem.”

Nog even over dat landbezit. Dat is voor Asnakech dus niet zomaar een dingetje. “Als ik een leveringscontract teken met boeren, betrek ik daar altijd de vrouw(en) van de koffieboer bij. Op het contract staan de namen van beiden, en pasfoto’s van zowel de man als de vrouw. Daarna wordt er een gezamenlijke rekening geopend bij de bank en kunnen ze allebei bij het geld. Anders bestaat de kans dat de vrouw nooit iets van het geld ziet.”

Asnakech verzorgt trainingen en startkapitaal, speciaal om vrouwen het veld op te krijgen. Er draaien nu zo’n 180 vrouwen mee op de koffieplantages. Sommige van deze vrouwen hebben hun eigen stuk grond met koffieplanten.

Een voorvechter van vrouwenrechten en écht goede koffie dus. Asnakech is gedreven, een tikkeltje streng, maar vooral ook heel gepassioneerd over haar werk. En, hadden we al genoemd dat ze nog klanten zoekt in Nederland?

Foto via Swings Coffee

Mercedes: “De koffieprijs moet verdrievoudigen”

Een jaarlijkse strandvakantie naar zee. Überhaupt vakantie vieren… Het is voor velen niet meer dan normaal. Voor de Colombiaanse boeren Mercedes en haar man Paulino zit het er niet in. Dag in dat uit zijn ze bezig met de koffie. Ook qua geld is een vakantie niet haalbaar. “Met de lage koffieprijzen van nu, kun je geen hoge levensstandaard hebben”, verklaart de koffieboerin.

Doña Mercedes (65) is bijna altijd aan het werk. “Om de vijftien dagen plukken we de rijpe rode koffiebessen. Als er geen oogst is, maak ik de finca schoon”, vertelt ze in een WhatsApp-telefoongesprek. Ze draagt een zalmroze poloshirt dat fel contrasteert met haar gebruinde gezicht en haar zwartgrijze haren. Met haar echtgenoot Paulino, grijs golvend kort haar en een hagelwit overhemd aan, woont ze in het dorpje La Union. Op hun vier hectares land staan behalve de Arabica-koffiestruiken ook mandarijnen- en bananenbomen. En groenten, die ze er verbouwen voor eigen gebruik. De bananen verkopen ze, net als de koffiebonen.

Doña Mercedes en haar man

Het zit in de familie
In de ruim opgezette, limegroene finca woont doña Mercedes met haar man, vijf kinderen en aanhang, zestien kleinkinderen, plus nog wat honden, katten en kippen. Haar inmiddels volwassen kinderen helpen allemaal mee in de koffie-business. De familie woont in de Nariño-streek in het zuiden van Colombia. Een groen en glooiend landschap aan de voet van de Andes, dat reikt tot aan de grens met Ecuador. Tegen de steile hellingen groeien hun Arabica-planten op meer dan 1.600 meter hoogte.

“Ik heb het vak geleerd van mijn ouders”, vertelt doña Mercedes over het koffie produceren. Nu leert ze bij via de coöperatie Asprounión, waar ze lid van is. Deze coöperatie van koffieboeren telt tweehonderd leden. De ondernemers delen hun kennis over de teelt en de bedrijfsvoering. Eenmaal verenigd staan ze bovendien vaak sterker, waardoor ze een betere onderhandelingspositie hebben.

Directe handel
Via de coöperatie verkoopt doña Mercedes haar handgeplukte, gedroogde koffiebonen, die van premium kwaliteit zijn. “Onze koffiebonen gaan naar Nederland, Oostenrijk en Australië”, weet ze. In Nederland koopt het koffiemerk Kinti Café de koffiebonen rechtstreeks in, dus zonder tussenhandelaren. Dat betekent dat er meer geld naar Mercedes en haar man kan gaan. In Nederland wordt deze koffie onder meer geschonken bij cateringbedrijf Vermaat en creatief bureau Rainbow Collection in Amsterdam.

De finca van Mercedes en haar familie

Directe handel heeft als doel dat er minder tussenhandel plaatsvindt, zodat er minder aan de strijkstok blijft hangen en er meer voor de boer overblijft. Toch moet de prijs van koffie omhoog, vindt doña Mercedes. Die ligt nu tamelijk laag op 1,70 euro per kilo. Ze kan maandelijks niks opzij zetten en is genoodzaakt geld te lenen om de business runnende te houden.

“We lenen geld bij de bank”, vertelt ze. “Daarmee betalen we de werknemers die ons helpen bij de oogst.” Daarvoor huurt ze soms dagloners in. Dankzij de lening kan doña Mercedes ook kunstmest kopen. “Zakken kunstmest zijn niet goedkoop”, verzucht ze. En dat terwijl ze vier keer per jaar de planten bemest. In de toekomst zal ze de bodem wellicht verrijken met organische mest, aangezien de coöperatie bezig is om een biologisch certificaat te verkrijgen. Kunstmest is voor biologische boeren een no-go. Maar aangezien het een project van lange adem is, gaat de bemesting voorlopig nog kunstmatig.

“Met de lage koffieprijzen van nu, kun je geen hoge levensstandaard hebben”, concludeert doña Mercedes. Haar man Paulino is het met haar eens. “De koffieprijs moet verdrievoudigen”, vult hij aan. “Dat is een eerlijke prijs om van te kunnen leven, sparen voor een pensioen of vakantie te houden.” Hij droomt van de zee, waar hij en doña Mercedes nog nooit zijn geweest. “Ik zou graag eens met vakantie gaan om nieuwe bestemmingen ontdekken”, vertelt hij, “en naar zee gaan.”

De foto’s in deze tekst zijn gemaakt door Mercedes en haar familie zelf. 

Tonny Gitonga

Barista Tonny Gitonga wil kwaliteitskoffie op de kaart zetten in Kenia. Jonge boeren laten koffieplanten links liggen, omdat ze te weinig opbrengen. Hij heeft een plan om daar verandering in te brengen.  

Gepureerde druiven. Gefilterde melk met limoensap. Huisgemaakte kamille-extract. Die ingrediënten voegt Tonny Gitonga (27) toe aan een perfect bereide espresso. Plus een vleugje magie van de maestro om zijn zelf bedachte signature drink te completeren. Tonny was in Nederland om de eer van Kenia te verdedigen bij het World Barista Championship in Amsterdam. Hij was speciaal twee weken eerder gekomen om elke dag van vroeg tot laat te oefenen op de Black Eagle, de Rolls Royce onder de espressomachines. Bij filialen van 30 ML en Starbucks mocht hij speciaal daarvoor langskomen. Eigenlijk is het een pas-de-deux, zegt hij, tussen barista en het apparaat. “Je kunt alles tot in de finesses aanpassen. Twee verschillende temperaturen instellen, de tijd dat het water door de gemalen koffie stroomt. Zo creëer je totale controle voor het perfecte kopje koffie”, vertelt hij. “In heel Kenia is nergens zo’n machine te vinden. Ik wil alles optimaliseren waar ik zelf invloed op kan hebben. Ik werk normaal gesproken op grotere hoogte, dan is alleen al het kookpunt van het water anders.”

Tonny’s grootvader was koffieboer. “Koffie heeft het schoolgeld van mijn moeder betaald, zegt ze altijd. In de jaren ’70 leverde koffie nog genoeg op. Nu niet meer. De kosten van levensonderhoud zijn omhooggegaan, de koffie-inkomsten niet. Ik heb het vak geleerd van de eigenaar van de koffiebar waar ik werk. Als kind liep ik de hele dag achter mijn opa aan, maar ik vroeg niet wat hij precies deed. Daar heb ik spijt van. Veel van de trends van nu komen voort uit oude tradities. Ik herinner me dat mijn grootvader met een speciaal apparaatje de koffie ‘doordrukte’ als hij koffie zette. Eigenlijk verschilt die methode niet zoveel van alle exclusieve koffieapparaten nu.”

De meeste koffie in Kenia wordt nog steeds verbouwd door kleinschalige boeren. “Ze weten niet eens hoe hun eigen koffie smaakt, want ze verkopen de vers geplukte bessen en zien daarna hun koffie nooit meer terug. Als de koffie eenmaal gedroogd en gebrand is, kunnen ze zelf die koffie niet meer betalen. Ze drinken oploskoffie, die misschien wel uit Kenia vervoerd is naar Europa, daar gemalen en in de verpakking gedaan en toen weer op de boot terug is gegaan naar Kenia.” Doodzonde, vindt Tonny. “Een goede koffiebes is de basis van alles. Hoe jouw koffie in Nederland smaakt, wordt bepaald op de boerderij waar-ie vandaan komt. Het hele proces van wassen, drogen, branden verandert niks aan het wezen van de bes.”

Tonny gebruikt tijdens zijn meesterproef koffie van een boerencoöperatie die zich Kushikamana noemt, ‘verbinding’ in Swahili. Voor de kenners: deze koffie heeft een cupping score van 93. De hoogste score is 100, vanaf 80 mag je de koffie ‘specialty coffee’ noemen. De boeren van Kushikamana willen niet meer onzichtbaar zijn, maar een connectie maken met de koffiedrinker. Ook in Kenia, met name in hoofdstad Nairobi, groeit namelijk de belangstelling voor kwaliteitskoffie, ambachtelijk geteeld en bereid. Je kunt er ook een erkende opleiding volgen tot barista en er carrière mee maken. Tonny: “De beste koffieschenkers worden gescout en gaan werken in hotels In Abu Dhabi, Koeweit en Qatar. Daar krijgen ze meer waardering dan in Kenia.”

Naast een tekort aan mensen die weten op welke temperatuur ze een perfecte kop koffie schenken, is er nog een bedreiging voor de opkomende koffiecultuur van Kenia: jonge boeren zijn de bonen zat. “Ze erven de struiken van hun grootouders, maar ze weten niet wat ze ermee aan moeten. Wat doe je bijvoorbeeld als het regenseizoen later begint? Je moet de koffieplanten begrijpen om daarop in te spelen. Ze stappen over naar thee of maïs, want dat zijn makkelijkere gewassen, of verkopen hun grond aan een projectontwikkelaar. Er is veel vraag naar bouwgrond, vandaar.”

Tonny heeft daarom een plan om de koffie te redden. Hij wil een nieuwe generatie barista’s opleiden, en die direct koppelen aan jonge boeren. “Mijn droom is de opkomende koffiecultuur tot bloei te brengen. De basis van kwaliteitskoffie is een goede relatie met de koffieboer. Als je je koffiebonen direct inkoopt bij hem, kun je precies uitleggen wat voor koffie je wil. Dan leert de boer ook weer te houden van zijn product. Plus, het scheelt tussenhandel. Het lijkt me fantastisch als er in Nairobi koffiebars komen waar de koffiebonen onder het toeziend oog van de klanten gebrand worden.”

Tonny Gitonga

Barista Tonny Gitonga wil kwaliteitskoffie op de kaart zetten in Kenia. Jonge boeren laten koffieplanten links liggen, omdat ze te weinig opbrengen. Hij heeft een plan om daar verandering in te brengen.  

Gepureerde druiven. Gefilterde melk met limoensap. Huisgemaakte kamille-extract. Die ingrediënten voegt Tonny Gitonga (27) toe aan een perfect bereide espresso. Plus een vleugje magie van de maestro om zijn zelf bedachte signature drink te completeren. Tonny was in Nederland om de eer van Kenia te verdedigen bij het World Barista Championship in Amsterdam. Hij was speciaal twee weken eerder gekomen om elke dag van vroeg tot laat te oefenen op de Black Eagle, de Rolls Royce onder de espressomachines. Bij filialen van 30 ML en Starbucks mocht hij speciaal daarvoor langskomen. Eigenlijk is het een pas-de-deux, zegt hij, tussen barista en het apparaat. “Je kunt alles tot in de finesses aanpassen. Twee verschillende temperaturen instellen, de tijd dat het water door de gemalen koffie stroomt. Zo creëer je totale controle voor het perfecte kopje koffie”, vertelt hij. “In heel Kenia is nergens zo’n machine te vinden. Ik wil alles optimaliseren waar ik zelf invloed op kan hebben. Ik werk normaal gesproken op grotere hoogte, dan is alleen al het kookpunt van het water anders.”

Tonny’s grootvader was koffieboer. “Koffie heeft het schoolgeld van mijn moeder betaald, zegt ze altijd. In de jaren ’70 leverde koffie nog genoeg op. Nu niet meer. De kosten van levensonderhoud zijn omhooggegaan, de koffie-inkomsten niet. Ik heb het vak geleerd van de eigenaar van de koffiebar waar ik werk. Als kind liep ik de hele dag achter mijn opa aan, maar ik vroeg niet wat hij precies deed. Daar heb ik spijt van. Veel van de trends van nu komen voort uit oude tradities. Ik herinner me dat mijn grootvader met een speciaal apparaatje de koffie ‘doordrukte’ als hij koffie zette. Eigenlijk verschilt die methode niet zoveel van alle exclusieve koffieapparaten nu.”

De meeste koffie in Kenia wordt nog steeds verbouwd door kleinschalige boeren. “Ze weten niet eens hoe hun eigen koffie smaakt, want ze verkopen de vers geplukte bessen en zien daarna hun koffie nooit meer terug. Als de koffie eenmaal gedroogd en gebrand is, kunnen ze zelf die koffie niet meer betalen. Ze drinken oploskoffie, die misschien wel uit Kenia vervoerd is naar Europa, daar gemalen en in de verpakking gedaan en toen weer op de boot terug is gegaan naar Kenia.” Doodzonde, vindt Tonny. “Een goede koffiebes is de basis van alles. Hoe jouw koffie in Nederland smaakt, wordt bepaald op de boerderij waar-ie vandaan komt. Het hele proces van wassen, drogen, branden verandert niks aan het wezen van de bes.”

Tonny gebruikt tijdens zijn meesterproef koffie van een boerencoöperatie die zich Kushikamana noemt, ‘verbinding’ in Swahili. Voor de kenners: deze koffie heeft een cupping score van 93. De hoogste score is 100, vanaf 80 mag je de koffie ‘specialty coffee’ noemen. De boeren van Kushikamana willen niet meer onzichtbaar zijn, maar een connectie maken met de koffiedrinker. Ook in Kenia, met name in hoofdstad Nairobi, groeit namelijk de belangstelling voor kwaliteitskoffie, ambachtelijk geteeld en bereid. Je kunt er ook een erkende opleiding volgen tot barista en er carrière mee maken. Tonny: “De beste koffieschenkers worden gescout en gaan werken in hotels In Abu Dhabi, Koeweit en Qatar. Daar krijgen ze meer waardering dan in Kenia.”

Naast een tekort aan mensen die weten op welke temperatuur ze een perfecte kop koffie schenken, is er nog een bedreiging voor de opkomende koffiecultuur van Kenia: jonge boeren zijn de bonen zat. “Ze erven de struiken van hun grootouders, maar ze weten niet wat ze ermee aan moeten. Wat doe je bijvoorbeeld als het regenseizoen later begint? Je moet de koffieplanten begrijpen om daarop in te spelen. Ze stappen over naar thee of maïs, want dat zijn makkelijkere gewassen, of verkopen hun grond aan een projectontwikkelaar. Er is veel vraag naar bouwgrond, vandaar.”

Tonny heeft daarom een plan om de koffie te redden. Hij wil een nieuwe generatie barista’s opleiden, en die direct koppelen aan jonge boeren. “Mijn droom is de opkomende koffiecultuur tot bloei te brengen. De basis van kwaliteitskoffie is een goede relatie met de koffieboer. Als je je koffiebonen direct inkoopt bij hem, kun je precies uitleggen wat voor koffie je wil. Dan leert de boer ook weer te houden van zijn product. Plus, het scheelt tussenhandel. Het lijkt me fantastisch als er in Nairobi koffiebars komen waar de koffiebonen onder het toeziend oog van de klanten gebrand worden.”

Tonny Gitonga

Barista Tonny Gitonga wil kwaliteitskoffie op de kaart zetten in Kenia. Jonge boeren laten koffieplanten links liggen, omdat ze te weinig opbrengen. Hij heeft een plan om daar verandering in te brengen.  

Gepureerde druiven. Gefilterde melk met limoensap. Huisgemaakte kamille-extract. Die ingrediënten voegt Tonny Gitonga (27) toe aan een perfect bereide espresso. Plus een vleugje magie van de maestro om zijn zelf bedachte signature drink te completeren. Tonny was in Nederland om de eer van Kenia te verdedigen bij het World Barista Championship in Amsterdam. Hij was speciaal twee weken eerder gekomen om elke dag van vroeg tot laat te oefenen op de Black Eagle, de Rolls Royce onder de espressomachines. Bij filialen van 30 ML en Starbucks mocht hij speciaal daarvoor langskomen. Eigenlijk is het een pas-de-deux, zegt hij, tussen barista en het apparaat. “Je kunt alles tot in de finesses aanpassen. Twee verschillende temperaturen instellen, de tijd dat het water door de gemalen koffie stroomt. Zo creëer je totale controle voor het perfecte kopje koffie”, vertelt hij. “In heel Kenia is nergens zo’n machine te vinden. Ik wil alles optimaliseren waar ik zelf invloed op kan hebben. Ik werk normaal gesproken op grotere hoogte, dan is alleen al het kookpunt van het water anders.”

Tonny’s grootvader was koffieboer. “Koffie heeft het schoolgeld van mijn moeder betaald, zegt ze altijd. In de jaren ’70 leverde koffie nog genoeg op. Nu niet meer. De kosten van levensonderhoud zijn omhooggegaan, de koffie-inkomsten niet. Ik heb het vak geleerd van de eigenaar van de koffiebar waar ik werk. Als kind liep ik de hele dag achter mijn opa aan, maar ik vroeg niet wat hij precies deed. Daar heb ik spijt van. Veel van de trends van nu komen voort uit oude tradities. Ik herinner me dat mijn grootvader met een speciaal apparaatje de koffie ‘doordrukte’ als hij koffie zette. Eigenlijk verschilt die methode niet zoveel van alle exclusieve koffieapparaten nu.”

De meeste koffie in Kenia wordt nog steeds verbouwd door kleinschalige boeren. “Ze weten niet eens hoe hun eigen koffie smaakt, want ze verkopen de vers geplukte bessen en zien daarna hun koffie nooit meer terug. Als de koffie eenmaal gedroogd en gebrand is, kunnen ze zelf die koffie niet meer betalen. Ze drinken oploskoffie, die misschien wel uit Kenia vervoerd is naar Europa, daar gemalen en in de verpakking gedaan en toen weer op de boot terug is gegaan naar Kenia.” Doodzonde, vindt Tonny. “Een goede koffiebes is de basis van alles. Hoe jouw koffie in Nederland smaakt, wordt bepaald op de boerderij waar-ie vandaan komt. Het hele proces van wassen, drogen, branden verandert niks aan het wezen van de bes.”

Tonny gebruikt tijdens zijn meesterproef koffie van een boerencoöperatie die zich Kushikamana noemt, ‘verbinding’ in Swahili. Voor de kenners: deze koffie heeft een cupping score van 93. De hoogste score is 100, vanaf 80 mag je de koffie ‘specialty coffee’ noemen. De boeren van Kushikamana willen niet meer onzichtbaar zijn, maar een connectie maken met de koffiedrinker. Ook in Kenia, met name in hoofdstad Nairobi, groeit namelijk de belangstelling voor kwaliteitskoffie, ambachtelijk geteeld en bereid. Je kunt er ook een erkende opleiding volgen tot barista en er carrière mee maken. Tonny: “De beste koffieschenkers worden gescout en gaan werken in hotels In Abu Dhabi, Koeweit en Qatar. Daar krijgen ze meer waardering dan in Kenia.”

Naast een tekort aan mensen die weten op welke temperatuur ze een perfecte kop koffie schenken, is er nog een bedreiging voor de opkomende koffiecultuur van Kenia: jonge boeren zijn de bonen zat. “Ze erven de struiken van hun grootouders, maar ze weten niet wat ze ermee aan moeten. Wat doe je bijvoorbeeld als het regenseizoen later begint? Je moet de koffieplanten begrijpen om daarop in te spelen. Ze stappen over naar thee of maïs, want dat zijn makkelijkere gewassen, of verkopen hun grond aan een projectontwikkelaar. Er is veel vraag naar bouwgrond, vandaar.”

Tonny heeft daarom een plan om de koffie te redden. Hij wil een nieuwe generatie barista’s opleiden, en die direct koppelen aan jonge boeren. “Mijn droom is de opkomende koffiecultuur tot bloei te brengen. De basis van kwaliteitskoffie is een goede relatie met de koffieboer. Als je je koffiebonen direct inkoopt bij hem, kun je precies uitleggen wat voor koffie je wil. Dan leert de boer ook weer te houden van zijn product. Plus, het scheelt tussenhandel. Het lijkt me fantastisch als er in Nairobi koffiebars komen waar de koffiebonen onder het toeziend oog van de klanten gebrand worden.”

“Wij leven als dagloners, niet als agrarisch ondernemers”

“Mijn familie heeft altijd op het land gewerkt. Sinds de jaren ’70 zijn ze koffie gaan verbouwen. Als boerenzoon leerde ik de vaardigheden al op jonge leeftijd. Na mijn studie landbouwtechniek aan de universiteit, keerde ik terug naar mijn geboortegrond waar ik begon met het cultiveren van koffie. Dankzij mijn organisatie ASPROUNIÓN leerde ik andere methodes en productietechnieken die ik ook de rest van mijn familie heb bijgebracht.

De koffieteelt in deze regio biedt veel werk en kansen. Door wat we hier doen, zorgen we voor ontwikkeling en uiteindelijk een toekomst voor de mensen. Koffie biedt een goed rendement, maar dat komt niet in handen van de mensen die deze geweldige koffie met de nodige inspanning produceren. Wij leven als dagloners, niet als agrarisch ondernemers. Dat wil zeggen: we overleven, maar de winst is te laag om een goede levensstandaard te hebben. Onze inkomsten gaan naar onze finca – het bedrijf -, eten en drinken en andere basiszaken die we consumeren. Er blijft maar beperkt geld over voor onderwijs en vermaak, laat staan om te sparen.

Rendement kan op productief of economisch vlak betrekking hebben, deze twee hoeven niet per se samen te gaan. De manier om de economische prestaties te verbeteren, is om rechtstreeks zaken te doen met consumenten en niet met diegenen die zich op de beurs bevinden. Maar met een goede kwaliteit en productie, garandeer je geen economisch rendement. Zo kan de koffieprijs erg laag zijn, waardoor je als boer de investeringen niet kunt compenseren.

Zelf drink ik elke dag koffie. Dankzij de organisatie die ik heb geleid, heb ik geleerd om koffie te proeven. Voor mezelf ben ik minder veeleisend. Ik hou van een zachte koffie, met een aangename smaak. Ik drink koffie op elk moment van de dag, vanaf het ontbijt tot laat in de avond. Mijn dag? Die begint om 6 uur ‘s ochtends. Ik sport tot half 7 totdat de werknemers arriveren. We evalueren de vorige dag en maken plannen voor deze dag. Om 9 uur ben ik op mijn kantoor, waar ik de afdeling inspecteer, de lopende activiteiten bekijk en aan het werk ga. Om half een ben ik thuis om te eten, waarna ik tot 5 uur werk. In het weekend ga ik langs de boerderij om de activiteiten van afgelopen week te bekijken en ze voor komende week te plannen. Soms bemest of snoei ik de struiken.

Ik heb geen kinderen, maar mijn neven helpen me op de finca. Het leven is aangenaam, alleen moeten de inkomsten van koffie beter worden. Dan is het echt goed. In koffie hoop ik een toekomst te vinden waarin mijn familie comfortabel kan leven.”

“Wij leven als dagloners, niet als agrarisch ondernemers”

“Mijn familie is altijd al boer geweest, sinds de jaren ’70 zijn ze koffie gaan verbouwen. Als boerenzoon leerde ik de vaardigheden al op jonge leeftijd. Na mijn studie landbouwtechniek aan de universiteit, keerde ik terug naar mijn geboortegrond waar ik begon met het cultiveren van koffie. Dankzij mijn organisatie ASPROUNIÓN leerde ik andere methodes en productietechnieken die ik ook de rest van mijn familie heb bijgebracht.

De koffieteelt in deze regio biedt veel werk en kansen. Door wat we hier doen, zorgen we voor ontwikkeling en uiteindelijk een toekomst voor de mensen. Koffie biedt een goed rendement, maar dat komt niet in handen van de mensen die deze geweldige koffie met de nodige inspanning produceren. Wij leven als dagloners, niet als agrarisch ondernemers. Dat wil zeggen: we overleven, maar de winstgevendheid is erg laag om een goede levensstandaard te hebben. Onze inkomsten gaan naar onze finca, eten en drinken en andere basiszaken die we consumeren. Er is maar beperkt geld voor onderwijs en vermaak.

Rendement kan op productief of economisch vlak betrekking hebben, deze twee hoeven niet per se samen te gaan. De manier om de economische prestaties te verbeteren, is om rechtstreeks zaken te doen met consumenten en niet met diegenen die zich op de beurs bevinden. Maar met een goede kwaliteit en productie, garandeer je geen economisch rendement. Zo kan de koffieprijs erg laag zijn, waardoor je als boer de investeringen niet kunt compenseren.

Zelf drink ik elke dag koffie. Dankzij de organisatie die ik heb geleid, heb ik geleerd om koffie te proeven. Voor mezelf ben ik minder veeleisend. Ik hou van een zachte koffie, met een aangename smaak. Ik drink koffie op elk moment van de dag, vanaf het ontbijt totdat laat in de avond. Koffie symboliseert voor mij een toekomst waarin mijn familie comfortabel van de koffie kan leven.

Mijn dag begint om 6 uur ‘s ochtends. Ik sport tot half 7 totdat de werknemers arriveren. We evalueren de vorige dag en maken plannen voor deze dag. Om 9 uur ben ik op mijn kantoor, waar ik de afdeling inspecteer, de lopende activiteiten bekijk en aan het werk ga. Om half een ben ik thuis om te eten, waarna ik tot 5 uur werk. In het weekend  ga ik langs de boerderij om de activiteiten van afgelopen week te bekijken en ze voor komende week te plannen. Soms bemest of snoei ik de struiken. Ik heb geen kinderen, maar mijn neven helpen me op de finca. Het leven is aangenaam, alleen moeten de inkomsten van koffie beter worden. Dan is het goed.”

Van boon tot barista. Hoe wordt koffie gemaakt?

Koffie komt van de koffieplant (Coffea). Er bestaan verschillende soorten die goed gedijen in de tropen of subtropen. De wortels van de koffieplant liggen in Ethiopië, maar het was in Jemen waar koffie voor het eerst op grote schaal werd verbouwd en geëxporteerd.

Uit de bloesem van de koffieplant komen rode steenbessen. Wist je eigenlijk dat die bessen zelf ook heel lekker zijn? Ze bevatten pitten, waar de koffiebonen inzitten en waar we uiteindelijk koffie van maken.

Er bestaan meer dan zestig soorten koffie, maar twee koffiestruiken genieten de bekendheid: de Arabica van de gelijknamige koffiesoort en de Caneaphora waar Robusta koffie van gemaakt wordt. De eerste plant doet aan zelfbestuiving, voor de andere soort worden bijen en andere insecten ingezet om ze te bestuiven. Overigens drinken we meestal een blend (mix) van diverse koffiesoorten.

Na vijf jaar is een koffieplant lucratief. Dan kan de boer beginnen met het oogsten van de dieprode bessen. Daarna behandelt hij de bessen met de droge of natte methode. Bij de traditionele, droge wijze droogt de boer de bessen in de zon totdat de vrucht loskomt van de pit. Bij de natte methode weekt de koffieboer ze eerst in water, waarop ze ontdaan worden van het vruchtvlees. Daarna worden ze nog eens gewassen en gedroogd. Deze methode is een stuk bewerkelijker, maar geeft een verfijnde smaak aan het product. De koffie die na de bewerking overblijft noemen we groene koffie.

Zoals de naam al doet vermoeden, is groene koffie nog niet klaar voor gebruik. Daarvoor dienen de bonen geroosterd te worden. Dat gebeurt nadat ze, meestal per containerschip, vertrekken naar populaire koffiehavens als Antwerpen en Hamburg. Vanuit daar gaat de waar onder meer naar Nederland. Hier worden de koffiebonen geroosterd, waardoor ze hun aromatische smaak krijgen.

Kinti

Kinti Café is een nieuw, duurzaam koffiebedrijf dat de oneerlijke koffieketen graag ten goede wil veranderen. Wij geven de koffieboer graag de beste prijs voor hun koffie van topkwaliteit en willen positieve impact realiseren in hun gemeenschap. Daarom werken wij rechtstreeks samen met een inspirerende koffiecoöperatie in Colombia, met 200 koffieboerfamilies. Daarin zien wij langetermijnpartners. We doen direct zaken met hen, zonder dure tussenschakels. Daarin zijn we 100% transparant. Samen met onze boeren ontwikkelen we een eerlijke koffieketen, waarbij de koffieboer weer kan verdienen aan zijn koffie. Daarvan worden we samen beter, door samen te ondernemen. Sluit je aan en doe ook mee als klant: geniet van onze bijzondere koffie en maak eerlijke koffie weer de norm!

Keen

Als klein bedrijf willen we altijd een zo groot mogelijke impact maken om de koffiewereld in positieve zin te veranderen, maar samen met Fairfood en andere ambassadeurs kunnen we de krachten bundelen om zo meer mensen bewust te maken van eerlijke en kwalitatief goede koffie.

Keencoffee.com